Kernwaarden

De zorglandbouw streeft al jaren naar het borgen en bevorderen van de kwaliteit van de zorg en ondersteuning die zorgboerderijen verlenen. Zo is er al bijna 20 jaar een eigen kwaliteitskeurmerk voor zorgboerderijen: het keurmerk  ‘Kwaliteit laat je zien’. Dit keurmerk is in 2002 ontwikkeld met het perspectief van de deelnemer als uitgangspunt. Hiernaast bestaan er andere (externe) door de Federatie erkende keurmerken zoals ISO en HKZ.

De zorg en ondersteuning die zorgboerderijen leveren aan deelnemers en hun netwerk, hebben als doel ervoor te zorgen dat deelnemers een kwalitatief goed leven leiden. De wijze waarop zorgboerderijen bijdragen aan meer kwaliteit van leven van hun deelnemers rust op een aantal kernwaarden die uniek zijn voor de zorglandbouw. Deelnemers, mantelzorgers en zorgboeren weten feilloos waar die kwaliteit uit bestaat, maar het is vaak lastig om dat aan een buitenstaander uit te leggen.

Ook daarom wordt er een kwaliteitskader voor de zorglandbouw ontwikkeld. Het geeft aan waar de zorglandbouw voor staat, wat de zorglandbouw uniek maakt. De meeste kwaliteitssystemen en -keurmerken leggen de focus op goed ingerichte processen, systemen en heldere protocollen. Hoewel dit belangrijke voorwaarden zijn om kwaliteit te bieden, bleek uit het onderzoek, dat de kwaliteit die deelnemers ervaren als goed of misschien wel excellent vooral ontstaat binnen de relatie tussen de deelnemer en de begeleiders en de cultuur op een zorgboerderij. Het kwaliteitskader met de kernwaarden geeft zorgboeren handvatten om aan die goede, of zelfs excellente, kwaliteit invulling te geven.

Het kwaliteitskader sluit ook aan op de vraag van het Ministerie van VWS en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd om te zorgen voor meer transparantie over kwaliteit binnen kleinschalige zorg, die ook zorgboerderijen leveren. De sector legt met dit kwaliteitskader een basis voor meer openheid over de geleverde kwaliteit en nodigt alle betrokkenen uit om daarover met elkaar in gesprek te gaan. Zo blijven we samen continu reflecteren en daarmee leren en ontwikkelen. Daarmee legt dit kwaliteitskader een basis van waaruit afwegingen en keuzes gemaakt kunnen worden die de kwaliteit verbeteren zonder onnodige administratieve lasten.

Hieronder vind je de kernwaarden een voor een uitgelegd.

Sociale contacten, steun en erbij horen: op de zorgboerderij kunnen deelnemers sociale contacten opbouwen en steun en waardering krijgen van de zorgboer, begeleiders, andere deelnemers en/of vrijwilligers. Deelnemers horen erbij en ze ervaren gelijkwaardigheid. Ze voelen zich vaak onderdeel van een team en van de buurt. Met de verschillende dieren kunnen deelnemers een band opbouwen en voor hun gevoel steun ontvangen.

Binnen deze vormen van sociale interactie kunnen deelnemers zowel steun en waardering ontvangen als geven. Dit versterkt het gevoelens van gelijkwaardigheid en eigenwaarde. Op de zorgboerderij kunnen deelnemers daarnaast contact hebben met mensen uit de buurt. Bij sommige locaties is er een winkel, een eetgelegenheid of kunnen vaste bezoekers wekelijks langs komen om groenten op te halen. Sommige locaties worden bezocht door kinderen van nabijgelegen scholen. Dit versterkt het gevoel bij deelnemers dat ze meedoen in de samenleving.

Keuze uit zinvolle activiteiten en werkzaamheden: op de boerderij wordt samen gewerkt, als een team. Er is veel werk te doen en daardoor is er een ruime keuze aan activiteiten, waardoor deelnemers activiteiten kunnen doen die zij zelf leuk en nuttig vinden. Deelnemers kunnen kiezen uit verschillende agrarische activiteiten en werkzaamheden (o.a. het verzorgen van dieren, tuinieren, werken op het land). Ook kunnen zij helpen bij verschillende huishoudelijke activiteiten, zoals gezamenlijk koken. De werkzaamheden worden als zinvol ervaren doordat ieders bijdrage meetelt in dat wat het team gezamenlijk bereikt. 

Gezond eten: op de boerderij wordt samen gegeten, het zijn ankerpunten in de dag. Er is aandacht voor gezond en goed eten. Sommige ingrediënten komen vers en onbewerkt van het land en deelnemers zijn zelf betrokken bij de productie ervan.

Beweging: de combinatie van de verschillende activiteiten en de buitenomgeving met verschillende plekken om naartoe te gaan (bijv. tuin, stal, boomgaard, werkplaats) zorgt ervoor dat deelnemers op een natuurlijke manier fysiek actief zijn op de zorgboerderij.

Natuurlijke omgeving: op zorgboerderijen zijn er veel mogelijkheden om naar buiten te gaan en tijd te spenderen in de fysieke groene ruimte op/rondom de zorgboerderij. Deze omgeving biedt deelnemers de mogelijkheid om ruimte en rust te ervaren en overmatige prikkels te vermijden. Ook biedt de groene omgeving mogelijkheden voor zingeving en reflectie.

Structuur: de zorgboerderij draagt vaak bij aan structuur in het leven van deelnemers. Er is veelal een vaste dagindeling, met op vaste tijden activiteiten en koffie- en eetmomenten. Elke dag zijn er   activiteiten die gedaan moeten worden, zoals het verzorgen van dieren. Ook zorgen de verschillende seizoenen en de gebeurtenissen die daarmee gepaard gaan voor structuur.

Persoonsgerichte begeleiding: op de zorgboerderij is er persoonlijke aandacht voor de interesses, wensen en mogelijkheden van individuele deelnemers. Maatwerk dus, waarbij er aandacht is voor wat deelnemers zelf belangrijk vinden en de zorg die nodig en geïndiceerd is. De activiteiten en werkzaamheden op de zorgboerderij worden hier zo veel mogelijk op afgestemd. Ook is er volgens de deelnemers vaak sprake van een betrokken en gelijkwaardige relatie met de zorgboer. Deelnemers voelen zich gewaardeerd.

Gewone leven: op de zorgboerderij kunnen deelnemers het gewone leven ervaren. Deelnemers zijn bezig met zinvolle werkzaamheden waarbij niet alle risico’s worden weggenomen en er wordt weinig over zorg gesproken. Vaak is er een huiselijke inrichting en sfeer, waardoor deelnemers zich snel thuis voelen. Ook de huishoudelijke activiteiten die deelnemers kunnen uitvoeren kunnen hieraan bijdragen.

Stimulerende omgeving die aanzet tot groei: de boerderij is activerend door de aanwezigheid van de verschillende agrarische/buitenactiviteiten. Op de boerderij worden deelnemers ingezet op taken waar ze goed in zijn. Dit helpt om vaardigheden te behouden en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Ook is er de mogelijkheid om te leren van eigen fouten en successen. Deelnemers leren daardoor nieuwe talenten van zichzelf te ontdekken. Dit versterkt het gevoel van eigenwaarde. Vaak zetten deelnemers stappen richting regulier werk of andere vormen van maatschappelijke participatie.