Het RIVM heeft het Nationaal Hitteplan geactiveerd. Dit waarschuwingssysteem treedt in werking bij aanhoudende hitte of extreem hoge temperaturen en vraagt extra aandacht voor kwetsbare mensen, zoals ouderen, jonge kinderen en mensen met gezondheidsproblemen.
Ook op zorgboerderijen kan hitte grote invloed hebben op deelnemers, medewerkers, vrijwilligers én dieren. Sommige deelnemers merken niet goed dat zij dorst hebben, oververhit raken of zich niet lekker voelen. Daarom is het belangrijk om het dagprogramma tijdig aan te passen en extra alert te zijn op signalen van oververhitting.
Enkele praktische aandachtspunten uit de nieuwe praktische handreiking:
- Zorg dat deelnemers, medewerkers en vrijwilligers voldoende drinken en bied meer drinkmomenten aan dan je regulier doet.
- Vermijd zware lichamelijke activiteiten maar mocht je deze dan toch doen plan deze dan zoveel mogelijk in de ochtend.
- Maak gebruik van schaduw en koele ruimtes en plan extra rustmomenten in.
- Laat deelnemers niet wachten in warme auto's, busjes, stallen, schuren of andere warme ruimtes.
- Let op signalen van oververhitting, zoals hoofdpijn, duizeligheid, misselijkheid, sufheid, verwardheid of een warme, droge huid.
- Stem waar nodig af met ouders, verwanten, wettelijk vertegenwoordigers, begeleiders of vervoerders.
- Maak binnen het team duidelijke afspraken over wie extra let op kwetsbare deelnemers en wie handelt als er zorgen zijn.
- Vergeet ook de dieren niet. Zorg voor voldoende vers drinkwater, schaduw en verkoeling, controleer waterbakken en stallen regelmatig en beperk activiteiten met dieren tijdens het heetste deel van de dag.
Bij ernstige klachten geldt: neem bij twijfel contact op met de huisarts of huisartsenpost en bel direct 112 bij levensbedreigende situaties.
Nieuwe praktische handreiking
Om zorgboerderijen te ondersteunen heeft de Federatie Landbouw en Zorg een praktische handreiking voor hitte op de zorgboerderij ontwikkeld. Hierin vind je concrete adviezen over onder andere deelnemers, medewerkers, vrijwilligers, gebouwen, vervoer, dieren en communicatie met ouders, verwanten en begeleiders.
