De Verenigde Naties hebben het jaar 2026 uitgeroepen tot Het Jaar van de Boerin, oftewel de female farmer (IYWF 2026). Doel is om de belangrijke rol die vrouwelijke ondernemers spelen in het agrifood systeem te markeren en door bewustwording en erkenning hun bestaan te vergemakkelijken.
In de zorglandbouw zien we relatief veel vrouwelijke ondernemers. Eén van hen is Astrid Kamphuis, die in Heerhugowaard een zorgkwekerij heeft. Ik mag haar op een dinsdag middag bellen.
Net nadat ze me terugbelt, klinkt er een knal aan de andere kant van de lijn. “Hoorde je dat? Een van de deelnemers heeft een lekke band”, verklaart ze. “Nou ja, dan moet hij een nieuwe binnenband halen”, zegt ze nuchter. Ook later blijkt dat ze goed twee dingen tegelijk kan doen, want een andere deelnemer moet even het recept van de sambal hebben. “Tja, er zijn ineens wel heel veel rode pepers rijp.” Gaat ze dat dan verkopen? “Nee, we delen eigenlijk altijd alles uit. Vroeger had ik groentepakketten, maar dat was zoveel stress, daar ben ik mee gestopt. Groente en fruit is ineens rijp en dan moet je er wat mee. Vaste planten kan ik zomaar een jaar laten staan. Even wat snoeien of verpotten en de plant kan een jaar later alsnog worden verkocht. Dat is veel relaxter.” Ze kweekt daarom nu met deelnemers en een enkele ZZP-collega vaste planten en heesters voor gemeenten en particulieren. En een paar pepers dus, plus wat groenten voor eigen gebruik en om uit te delen.
Twee jaar na de oprichting van de tuinderij en kwekerij begon ze ook met zorg, nadat ze jarenlang haar eigen bedrijf in houtbewerking had gehad. “Ik had mijn SPW diploma al en moest vanwege astma stoppen met hout. Ik heb ook al mijn hele leven liefde voor planten en dieren. Ik had de houtwerkplaats en de kassen op een voormalig varkensbedrijf en kon met aangekocht land komen tot een volwaardig agrarisch bedrijf met containerteelt, een kwekerij dus. Op advies van Jaap Hoekspaans, die destijds met de LTO samen een vergadering had belegd, ben ik toen met zorg begonnen. Ik wilde nooit iets met mijn SPW doen, omdat ik niet in een instelling wilde werken, maar samen buiten werken is juist wat ik leuk vind. Na vele jaren houtbewerking in mijn eentje was ik daar ook wel aan toe. Al doende ontstaan juist de mooiste gesprekken.”
Astrid vangt 18+ deelnemers op met allerlei achtergronden: verstandelijke beperking, burn-out, lichte dementie. “Het maakt niet zoveel uit, als we samen met planten bezig gaan, gaat het altijd goed.” Astrid en haar gezin zijn 15 jaar na opening ook op het erf gaan wonen. “Dat heeft wat voeten in aarde gehad, maar het is uiteindelijk gelukt.”
'Als vrouw denk je meteen aan de kinderen'
Wat voor haar het lastigste is als vrouwelijke ondernemer? “Nu niet meer hoor, mijn jongste van vier kinderen is nu 24. Maar toen ik begon was zij drie, en dan vraag je je als vrouw toch meteen af hoe dat dan samen moet gaan: een gezin en een onderneming. Mijn man werkt ‘gewoon’ buiten de deur en denkt er niet bij na. Ik heb ontdekt dat het goed samen kan, met de kinderen in een continu rooster en de zorgboerderij tot 15.30 uur. We woonden in die tijd bij mijn ouders op het erf, dus konden zij even opvangen. Wel koos ik ervoor om maar drie dagen per week open te zijn. In de vakanties wilden de kinderen vaak wel mee. Dat was ook voor de deelnemers leuk, zo maakten ze ook familiair contact. Er zijn levenslange banden uit ontstaan.”
En wat is de kracht van vrouwelijk ondernemerschap? “De kracht van de onderneming van de vrouw is dat er naast het zakelijke stuk ook ruimte is voor fijngevoeligheid. Dat maakt dat de sfeer op het bedrijf gemoedelijk is. Ik hoor veel mensen zeggen dat ze de sfeer rustig en vredig vinden. Er is ruimte voor een stukje persoonlijke aandacht. Het geheel: hoe het er uit ziet, welke mensen er komen hoe je de bedrijfsvoering doet, moet in balans zijn. Het zakelijke komt niet persé op de eerste plaats.”
De tuinderij voor groentepakketten deed Astrid er eerst nog bij. “Maar dat is zo’n precisie werkje, dat ik dat te vaak nog na de zorgboerderij tijd in mijn eentje stond af te maken. Daar ben ik dus mee gestopt.”
Haar ambities? “Met mijn 60e met pensioen qua zorg betreft. Ik merk dat ik minder flexibel word en verlang ernaar 1 kas voor mezelf te hebben. Mijn schoonzoon wil het bedrijf misschien overnemen en kan dan met de andere kas verder. Dat zou erg mooi zijn, als ik de laatste jaren weer even alleen met de planten ben.”
