Social Return on Investment (SROI) is bedoeld om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meer kansen te geven op werk. Het uitgangspunt krijgt brede steun van bedrijven, ketenpartners en brancheorganisaties. Maar in de praktijk is SROI volgens zeven brancheverenigingen vastgelopen in een wirwar aan gemeentelijke regels en bureaucratie. Daarom roepen zij het kabinet op om te komen tot één landelijk kader.
Bouwend Nederland, Techniek Nederland, Schoonmakend Nederland, Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners, Federatie voor Landbouw en Zorg, Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud en de vereniging van aanbieders van revalidatie- en mobiliteitshulpmiddelen Firevaned hebben samen met partners een manifest opgesteld waarin zij pleiten voor duidelijke landelijke afspraken.
342 gemeenten, 342 werkwijzen
Jaarlijks koopt de overheid voor tientallen miljarden euro’s aan opdrachten in, van bouwprojecten en infrastructuur tot schoonmaak en zorg. Daarbij geldt vaak een SROI-verplichting: bedrijven moeten een deel van de opdrachtsom investeren in de maatschappij, bijvoorbeeld met sociale inkoop of een werkervaringsplaats. Dat uitgangspunt onderschrijven de brancheverenigingen volledig. Maar in de praktijk lopen bedrijven vast doordat alle 342 Nederlandse gemeenten (en alle andere overheden) hun eigen SROI-regels hanteren. Welke doelgroepen meetellen verschilt per gemeente, net als de waardering van inspanningen, termijnen, administratie en verantwoordingseisen.
Praktijk loopt vast
Dat leidt volgens de brancheverenigingen tot onwerkbare situaties. Zo moeten goed functionerende medewerkers soms vertrekken omdat een gemeente een maximale termijn hanteert. Kandidaten worden afgewezen omdat zij net buiten een gemeentegrens wonen. En organisaties die op tientallen locaties hetzelfde werk uitvoeren, krijgen per gemeente met andere waarderingen en eisen te maken.
De brancheverenigingen waarschuwen dat de uitvoerbaarheid hierdoor steeds verder onder druk komt te staan. Overheidsopdrachten dreigen vertraging op te lopen of zelfs te worden teruggegeven omdat bedrijven niet meer aan alle uiteenlopende eisen kunnen voldoen. “Bedrijven willen graag bijdragen aan kansen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Maar nu zijn ondernemers soms meer tijd kwijt aan verschillende gemeentelijke regels dan aan het daadwerkelijk begeleiden van mensen naar werk,” zegt Erik Jansen, directeur van de Federatie Landbouw en Zorg.
Eén landelijk kader
De organisaties pleiten daarom voor één landelijk SROI-kader. Daarbij zou tachtig procent van de regels overal hetzelfde moeten zijn, met twintig procent ruimte voor regionale accenten. Denk aan uniforme definities van doelgroepen, gelijke waardering van inspanningen en dezelfde basisregels voor uitvoering en verantwoording. Volgens de brancheverenigingen moet het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierin de regie nemen.
“SROI is in de kern een arbeidsmarktvraagstuk en niet alleen een inkoopinstrument. Het doel moet zijn dat mensen duurzaam aan het werk komen, niet dat bedrijven verdwalen in administratieve verschillen tussen gemeenten”, zegt Hillie Faber, bestuurder van Landzijde, de regionale organisatie van zorgboeren in Noord-Holland en een van de leden van de Federatie landbouw en Zorg.
In gesprek met het ministerie
Met het manifest willen de brancheverenigingen in gesprek met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Niet om van SROI af te komen, maar om er in de praktijk een succes van te maken, niet alleen op papier.
