Terug naar Actueel
  • Nieuws

Driesje Boeve van Natuurkr8, één van de onderwijszorgboerderijen in Nederland,  doet mee aan het zogenoemde project Proeftuinen Onderwijszorgarrangementen waarin onderzoek wordt gedaan naar de knelpunten op gebied van alternatief onderwijs. Tijdens een online bijeenkomst op 5 oktober bleek dat verschillende onderwijs-zorgboeren tegen dezelfde door Driesje benoemde knelpunten aanlopen: problemen met financiering en Inspectie van Onderwijs.

Driesje krijgt begeleiding vanuit adviesbureau BMC, dat in opdracht van het ministerie OCW en VWS de knelpunten inventariseert. Maryse Schuijt is haar begeleider vanuit het project Proeftuinen. “Het doel van het project is om knelpunten in wet- en regelgeving weg te nemen, een ook te kijken wat er wel kan binnen de huidige regels zodat thuiszitters weer tot ontwikkeling komen. Hiervoor zijn we in gesprek met gemeenten en onderwijs”, legt Maryse uit.

Genoemde problemen zijn dat zorgboeren wel voor zorg betaald worden, maar niet voor onderwijs. Terwijl daar wel expertise voor vereist is. Ook zijn er soms problemen met de Inspectie, omdat een boerderij niet als school wordt erkend: de locatie heeft namelijk geen BRIN nummer. En uit het gesprek met andere onderwijs-zorgboeren bleek het ook niet wenselijk een BRIN nummer aan te gaan vragen. “Je moet niet zelf school willen zijn. Laat die verantwoordelijkheid bij het onderwijs liggen”, zei Paulien Rutgers van AAI Centrum de Klimop.

Het maakt volgens Yvon van Careforyou uit of je zelf het initiatief neemt of dat een school dit doet. “We zijn denkend vanuit mogelijkheden met elkaar gestart. Bij mij is het zo dat de school mijn locatie gebruikt en haar eigen leerkrachten erop zet. Een officiële ‘dependance’ vanuit school was niet mogelijk en daarmee hebben we afgesproken dat het budget van de zorgkant naast geleverde zorg ook dekkend moet zijn voor huisvestingskosten zoals water, gas, licht, schoonmaak en onderhoud”.  

Willekeur

Samenwerkingsverbanden en ook gemeenten staan wel soms positief tegenover onderwijs op de zorgboerderij, en soms niet. Dat geeft willekeur.  “Wanneer een samenwerkingsverband of gemeente van mening is dat een kind per definitie op school hoort te zitten, kom je niet ver”, zei Michelle Moore van Zorgboerderij het Paradijs. Zij en ook Mariska Zoon van de Talentenhoeve zijn zich aan het oriënteren op het aanbieden van arrangementen. “Daar hebben samenwerkingsverbanden geld voor, en het geeft ons een bepaalde zekerheid. Maar het is nog niet gelukt te achterhalen wat er precies voor nodig is om een arrangement te worden."

Maryse lichtte toe, dat er wel een verschil is tussen een onderwijszorgarrangement en een 'regulier' arrangement.  Bij een arrangement krijgt de leerling op school tijdelijk extra ondersteuning (betaald vanuit het SWV), een enkel geval is dit bovenschools (op een andere plek). Er is hier niet altijd een zorgpartner betrokken, er hoeft geen sprake te zijn van Jeugdhulp.

Scholen krijgen wel geld, maar ze mogen het nu niet doorschuiven naar ons”, zei Mariska.  De wetgeving blokkeert het doorsluizen van onderwijsmiddelen, omdat de boerderij geen onderwijs locatie is. Paulien geeft aan dat bij haar de school de leerkracht op de boerderij betaalt.

Een kans wordt gezien in de plicht dat gemeentes de best passende zorg moeten geven aan kinderen die vastlopen. “Als we definiëren wat dat is, kunnen we daar misschien iets mee”, zei Paulien.

Wilko van de Talentenhoeve, zelf oud-schooldirecteur, deed ook wat handreikingen. “Je kunt kijken naar het geld voor arrangementsleerlingen of bijvoorbeeld middelen voor bijles.” Ook zou er ruimte komen voor arrangementen door kindercoaches, waar mogelijk uit geput kan worden.

Uiteindelijk zou een gezamenlijk potje geld vanuit het ministerie van onderwijs en vanuit het ministerie voor zorg de beste oplossing zijn. Én betaalbaar, aangezien slechts 2 procent van alle kinderen thuis komt te zitten. “Nu praten we steeds op casusniveau, maar we kunnen het probleem zien aankomen en van te voren tackelen door aan de voorkant gelden te koppelen voor een duurzaam onderwijszorgarrangement”, zei Maryse. Jan Hassink die vanuit Wageningen University & Research de bijeenkomst leidde: “Dat is een beetje zoals het PGB in de zorg.”  “Ja, en dan gaan we werken met ZRIN nummers in plaats van BRIN nummers”, grapte Mariska.

Opstekers waren dat er binnen de proeftuinen geen negatieve geluiden zijn over het fenomeen onderwijs-zorgboerderij én dat er meer samenwerking ontstaat tussen onderwijszorgboeren en onderwijs. Het punt is dan vooral nog de financiering.

Paulien licht nog toe waarom het werken binnen de pijlers onderwijs óf zorg niet gaat: als een kind op de boerderij komt, dan is er eerst alleen zorg, dan onderwijs in zorg, vervolgens zorg in onderwijs (ook op school) en dan onderwijs. Om dit te financieren is ontschotting nodig.

Paulien heeft alleen thuiszitters. Bij Yvon is de samenwerking met school zo ver gevorderd, dat de boerderij ook voor preventieve uitval ingezet wordt. De onderwijs-zorgboeren zijn het erover eens dat dat het doel moet zijn. Niet na 2,5 of 4,5 week pas het recht om naar de boerderij te gaan, maar eerder. Paulien heeft nu zelfs een kind dat al drie jaar thuis zat.

Jan kondigt nog aan dat het onderzoek wat nu bij de onderwijs-zorgboeren loopt ook gaat laten zien wat het inhoudt: hoe zien onderwijs-zorgarrangementen op verschillende boerderijen eruit en wat levert het op voor verschillende leerlingen.

Nieuwe bijeenkomsten vanuit het Proeftuinen project volgen en zullen via Driesje en Jan aan anderen kenbaar gemaakt worden, ook kunnen zorgboeren zich opgeven om op de hoogte gehouden te worden via oza@bmc.nl . Via https://zorgboeren.nl/de-kracht-van-zorglandbouw/onderwijs-zorgboerderijen kunnen mensen zich opgeven voor nieuwsbrieven over onderwijs-zorglandbouw vanuit de Federatie.