Terug naar Actueel

De zorglandbouw presenteerde 2 juni haar eigen kwaliteitskader tijdens een feestelijke bijeenkomst met diverse sprekers . Het kwaliteitskader legt vast waar de zorglandbouw voor staat, vanuit deelnemersperspectief. Het helpt zorgboeren de kwaliteit constant te blijven verbeteren. En het biedt financiers en toezichthouders houvast bij de beoordeling van de kwaliteit.

Kernwaarden

De waarden die deelnemers hebben benoemd als heel belangrijk op de zorgboerderijvormen de basis van het kwaliteitskader en noemen we de kernwaarden. Zoals ‘Ik word gezien en gehoord’, ‘Ik krijg de kans om te leren’ en ‘Er is ruimte en ik kan veel buiten zijn’. Ook ‘Het ritme op de boerderij geeft mij houvast’ is er 1. Deelnemer Roy vertelde hier tijdens de lancering over: “Ik houd ervan om op de boerderij klusjes te doen. Met hout en in de tuin. Daar kom ik graag mijn bed voor uit. De structuur helpt mij.” Kees vertelde dat zijn moeder met Alzheimer op de zorgboerderij ‘weer helemaal is teruggeveerd’. “Voor haar is het op de boerderij net zoals in het gewone leven dat ze altijd had. Ze houdt er niet van om stil te zitten, ze is liever in de weer.” ‘Het is op de boerderij net als in het gewone leven’ is daarom ook zo’n kernwaarde.

Door bewust aandacht te hebben voor persoonlijke zorg, het ophalen van ervaringen, reflecteren en leren en het kwaliteitsverslag worden deze kernwaarden bewaakt. Op die manier geeft het kwaliteitskader aan hoe naar goede zorg gestreefd wordt, in plaats van waar minimaal aan moet worden voldaan zoals bij een keurmerk. “Het gezond verstand blijft zo actief”, vertelde spreker Jan van Baardewijk, die als bedrijfskundige het fenomeen kwaliteit bestudeert. Hij gaf een paar rake voorbeelden van het belang van gezond verstand en liet mensen ook op elkaar het gezond verstand oefenen. Hij maakte zo duidelijk dat niet alles in regels is te vatten. “Vooral niet als het gaat om omgang met deelnemers, die allemaal verschillend zijn. Daar is het gezonde verstand heel bruikbaar.”  

Een zorgboer vertelde over het dilemma dat een mantelzorger moest langskomen om oogdruppels te druppelen, omdat degene die dat al 30 jaar deed op de zorgboerderij haar licentie had laten verlopen. Een ander vertelde over zwemmen zonder diploma in het zwembad, om de zwemvaardigheid op peil te houden. Een derde vertelde over het sluiten van een hek, waarvoor een deelnemer zelf terug moest komen, omdat er anders sprake zou zijn van dwang. “En let op: soms denken mensen dat er overal regels voor zijn, maar blijkt de helft te zijn verzonnen”, aldus Jan.

Persoonsgerichte zorg

Hoofdinspecteur Angela van der Putten van jeugd en maatschappelijke zorg was enthousiast over het kwaliteitskader. “Het legt de basis voor veldnormen in de zorglandbouw en geeft bestaande en nieuwe zorgboeren houvast.” Ze prees verder de openheid, het centraal staan van reflecteren en de nadruk op persoonsgerichte zorg. “Het is erg belangrijk dat zorgboeren de juiste expertise hebben voor hun doelgroep.”

Maartje Roelofs, directeur Maatschappelijke Ondersteuning bij het ministerie van VWS, sprak mede namens haar collega’s van Jeugdzorg, Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet haar felicitaties uit over de totstandkoming van het kwaliteitskader. “Het is heel fijn dat het kwaliteitskader er is voor verschillende doelgroepen op de zorgboerderij. De kleinschaligheid en persoonlijke zorg vinden wij ook heel waardevol en de zorg op een boerderij geeft nog weer een extra eigen identiteit, wat een mooie aanvulling is op het zorglandschap. Het kwaliteitskader is ook goed bruikbaar voor gemeenten, want het vergroot de organiseerbaarheid. Ook werkt het vanuit deelnemersperspectief en daar willen we heen. Juist ook in de WMO. In jullie kwaliteitskader komen veel dingen samen, het is daarmee ook voor het grotere geheel bruikbaar”, besloot Roelofs.

Domeinoverstijgend

“Wij hebben het op het ministerie vaak over domeinoverstijgend, terwijl jullie het al in de praktijk brengen. De kernwaarden die jullie expliciet benoemen, daar gaat het om in de zorg. In jullie kwaliteitskader komen veel dingen samen, het is daarmee ook voor het grotere geheel bruikbaar”, besloot Roelofs.

Directeur Maarten Fischer sloot de bijeenkomst af met complimenten aan de mensen in de zaal, die allemaal een bijdrage leverden aan de totstandkoming van het kader. Hij gaf ook een reflectie vanuit andere landen, waar de zorglandbouw veelal nog in de kinderschoenen staat. “Maar overal komen de kernwaarden terug. Een moeder van een deelnemers vatte het eens samen met Samen, Buiten en Gewoon. Daar hebben wij nu ook de kapstok van de kernwaarden van gemaakt.”

Deelnemer Roy die aan het begin van de bijeenkomst vertelde hoe hij iedere dag met plezier naar de zorgboerderij gaat, hoopt dat er door het kwaliteitskader niet veel verandert. Maarten stelde hem gerust. “We zeggen wel: nu begint het!, maar eigenlijk is het al lang begonnen. Het kwaliteitskader geeft vooral woorden aan hetgeen we doen en helpt om het soms nóg beter te doen.”

Het ZorgInstituut Nederland was ook nauw betrokken bij de totstandkoming van het kader. In een eerder interview zei Anco de Jong van Zorginstituut Nederland: “Ik heb meegekeken bij de totstandkoming van het kader en ben heel enthousiast. Het kader biedt net als het kwaliteitskader gehandicaptenzorg ruimte voor narratieve verslagen en kwaliteitsrapportages en voegt daarmee wat toe vergeleken met de kaders die alleen met meetbare indicatoren werken.  Dit is met name in de langdurige zorg het geval. Het belang van kwalitatieve analyses wordt steeds meer gezien. Daarin is ruimte voor eigen identiteit. Met alleen indicatoren maak je de wereld plat, met narratieve informatie (verhalen) krijgt de zorg meer diepte en kleur.”

De presentaties van 2 juni zijn hier te vinden:

Presentatie hoofdinspecteur Angela van der Putten IGJ

Presentatie Jan van Baardewijk, bedrijfskundige, over kwaliteit en gezond verstand

Presentatie van Maarten Fischer, directeur Federatie

 

Op de foto: deelnemers aan de lancering oefenen het gebruik van gezond verstand onder leiding van Jan van Baardewijk.